• Header 1

'Ik besloot het roer om te gooien'

Ambitieus talent Ming Khan (20) is dit jaar als zij-instromer bij de GBSC gekomen. Onze redacteur Adil Tahri had een interview met de geboren alleskunner.

Ming is laatstejaars student Fiscaal Recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, gek op de serie Suits, Tory Lanez, fitness en alles wat zijn moeder voor hem kookt. In Espresso Dates, een Rotterdams koffietentje (‘Het lijkt hier wel een Marokkaanse Starbucks’), vertelt deze ambitieuze alleskunner meer over zijn bezigheden.

Jeugd

En die liggen op een breed vlak. ‘Ik ben de oudste thuis, eigenaar, zoon, broer, student, sporter en internationaal betrokken.' De Hagenees van Taiwanees-Pakistaanse afkomst weet door zijn multiculturele opvoeding van alle elementen wel wat. Terwijl de ober met een tweede glas thee aankomt, vertelt Ming over zijn kernwaarden. ‘Familie en rechtvaardigheid, dat vind ik belangrijk’,zegt hij vol overtuiging. ‘Buiten mijn gezin heb ik weinig familie in Nederland, dus ik zie mijn goede vrienden ook als familie. Het gaat om de band die je met elkaar hebt.’ Ming kan niet tegen onrecht. ‘Op jonge leeftijd kon ik het al niet hebben als minderheden gepest werden. Dat deed wat met mij.’ Hij kwam vaak op voor zijn medeleerlingen die wat minder uitgesproken waren. ‘En daar kwam ik soms door in de problemen.’

Op een dag…

Figuurlijk ontwikkelde Ming zich ook als een knokker. ‘Mijn Citoscore was 545, maar ik vertoonde niet het gewenste gedrag. Ik was heel druk en zat vaak met vrienden in de klas te lachen.’ Daarna veranderde zijn mindset. ‘Op een dag werd ik wakker en besloot ik het roer om te gooien. Ik wilde vooral mijn ouders trots maken en daarom verbeterde ik mijn gedrag. Met negens gemiddeld ging ik van de mavo naar de havo. Dit werd opgemerkt door docenten waardoor ik mocht instromen in een tweetalige vwo-klas.’

Gaan we fast forward naar het nu, dan zien we dat Mings harde werken langzaam vruchten begint af te werpen. Momenteel doet hij twee studies en is hij met GBSC’er Sabir el Fassi mede-eigenaar van het administratie- en advieskantoor Khan & El Fassi. ‘Wij hadden vijf jaar geleden een droom en die hebben wij verwezenlijkt. Dromen komen echt uit.’

Ambities en toekomst

Alsof dat nog niet genoeg is, is Ming ook lid van de wervingscommissie van de GBSC en werkt hij als vrijwilliger bij het belastingkantoor Rotterdam. Naast zijn studie Fiscaal Recht is hij ook deeltijdstudent Rechtsgeleerdheid. En vorig jaar heeft hij zijn diploma Chinees gehaald. ‘Daar gaf ik tot voor kort les in. Helaas moest ik hiermee stoppen om me meer op mijn studie te kunnen richten en om in Londen drie maanden stage te kunnen lopen.’ Thuis is zijn familie vooral gericht op de medische sector. ‘Mijn ouders zijn beiden arts en mijn broertje studeert Geneeskunde. Ik merkte dat dit mij niet trok. Ik geniet meer van de Corporate wereld. Daar heb ik uiteindelijk dan ook voor gekozen.’

Voor Rechten had hij anderen motieven. Een unieke ervaring zorgde ervoor dat er een nieuwe wereld voor hem openging. ‘In de vijfde klas kreeg ik van de directeur de kans om namens Nederland met vijf andere scholieren naar Rusland te gaan. Daar was ik onderdeel van het International Criminal Moot Court. Hier mocht ik in een fictieve casus mijn cliënt verdedigen of uitdagen. Deze ervaring maaktemij verliefd op Rechten. Werken in teamverband zorgde ervoor dat ik voor Fiscaal Recht koos.’

Als ik Ming vraag naar zijn verdere ambities, wil hij het over zijn definitie van succes hebben: een goede balans tussen werk, privé, gezondheid en spiritualiteit. ‘Wanneer je een balans kunt vinden tussen die elementen, ben je succesvol’, aldus Ming. ‘Deze vier dingen zijn inherent aan elkaar verbonden. Wanneer jij een slechte familieband hebt, dan merk je dat ook in je werksituatie.’

Als het aan Ming ligt, horen we nog veel van hem de komende tijd. ‘Over vijf jaar zit ik, als opkomend talent en prominent figuur, op een internationale tax-afdeling van een groot kantoor.’

De Giving Back-familie

Ming zit nog maar een half jaar bij de GBSC, maar hij heeft er nu al veel aan gehad. ‘Aan het begin van mijn studie hadden wij een Pre-Academic program waar Rechtenstudenten kennis met elkaar konden maken. Daar leerde ik een student kennen die bij Giving Back zat. We werden goede vrienden. Over Giving Back was hij altijd razend enthousiast, maar ik was lang niet overtuigd. Dat is de grootste fout van mijn leven geweest, dat ik toen niet naar hem luisterde.’

Hoe kwam dat? Ming: ‘Er zijn veel van dit soort programma’s en dan denk je: hoe goed is het eigenlijk?Het leek allemaal te mooi om waar te zijn totdat ik er zelf in kwamen merkte hoe het echt was. Je hebt zoveel aan je mentor, echt alles, die helpt je echt. De mentoren worden scherp gehouden door de organisatie en krijgen constant feedback. Het is allemaal zeer goed geregeld en tailored aan wat jij wilt. Iedereen is in een andere fase in zijn leven, maar wordt gematcht met een mentor op basis van jou interesses en wat jij nodig hebt in jouw leven. Je wint alleen maar. Er is geen reden om je niet bij Giving Back aan te melden!’

Teruggeven

Ming wil later op zijn beurt ook mentor worden. ‘Het adagium van Giving Back is ‘teruggeven’, vervolgt hij met vurige passie in zijn ogen. ‘Dat is de kracht van deze stichting. Jij komt bij Giving Back en krijgt heel veel, zoals workshops, een netwerk, een mentor en leerzame activiteiten. Ook kan je stages regelen en scriptiebegeleiding krijgen. Je komt in contact met andere ambitieuze mensen die iets goeds willen betekenen voor de maatschappij. Je maakt echt heel veel vrienden; bij Giving Back kom je gouden appels tegen. Ik wil dat anderen die kans ook krijgen.’

Ming heeft dan ook een duidelijk boodschap. ‘Hopelijk geven alle Giving Back-jongeren later iets terug aan de samenleving. Giving Back is dé perfecte formule voor een gelukkige maatschappij.’ Voor de twijfelaars is Ming duidelijk: ‘Niet twijfelen, geef het een kans. Er valt niks te verliezen. Je kunt zelf kiezen wat je uit het studentenprogramma mee wilt nemen. Giving Back is echt voor de optimistische ambitieuze mensen die willen winnen.’

Tekst: Adil Tahri

Beeld: Ming Khan